Crimsontree: Chapter 5

“Weet je zeker dat je iets gezien hebt? Ik bedoel, het kon ook best een hersenspinsel zijn geweest?”. Jacin keek Lilian vanuit haar ooghoek aan. Ze hadden de hele tuin afgezocht naar een teken van leven, van de persoon die Lilian gezien scheen te hebben.

“Je weet net zo goed als ik dat je altijd wat minder helder bent als je net gevoed hebt”. “Ik weet het heel erg zeker. Hij stond daar, in het midden van de tuin”. Ze wees naar een plek waar een grote groep met klavertjes bloeiden.

Met rustige passen liep Tulia naar de plek toe en knielde tussen de bloemen neer. “weet je, ik denk dat ze gelijk heeft. Ik voel dat hier duidelijk krachten zijn geweest. Sterke krachten, ongewoon in zijn soort. Het moet iets niet menselijks geweest zijn”. Ze kwam weer overeind. “Ook is het gras een beetje verbrand en ruikt het,” ze snoof een paar keer. “Het ruikt een beetje naar sinaasappels, gemengd met een vleugje kaneel en afgewerkt met… Gatverdamme! Afgewerkt met gekookte kool.” Haar gezicht sprak boekdelen. “Je verbaast me elke keer weer met hoe goed jou neus is. Hoe doe je dat toch?”, Violetta keek bewonderend naar Tulia. “Ach, weet je, het is een gave”. “Ja, ja, maar nu even serieus. Als het war is wat je zegt en jou kennende is het ook waar, dan hebben we meer dan één probleem”, Galatea draaide zich naar de anderen toe.

“Hoezo meer dan één?”. Roza probeerde verbaast te doen, maar ergens wist ze wel wat zou komen.

“Nou, allereerst hebben we een gestoorde gek, die dossiers bewaart over kinderen, en voornamelijk ons, die volgens hem schadelijk zijn voor de omgeving. En ten tweede verschijnt er zomaar ineens een persoon, met een volgens Tulia ontzettend slechte smaak parfum, in onze tuin. Dat kan geen toeval zijn, toch?”.

Ze keek vragend de kring rond. Hopend op een teken. Ze had gewild, dat dit makkelijk op te lossen was. Dat ze wisten wie die persoon was en dat ze hem konden aangeven bij de politie wegens stalken. Maar ze wist zelf ook wel dat in de plaats waar ze leefden de dingen nooit gingen zoals je ze wilde laten gaan. Dit was gewoon een nieuw voorbeeld van de verdorvenheid die er heerste. Iets wat je kon zien, voelen en zelfs ruiken. Maar iedere keer dat je dacht dat je dicht genoeg bij was gekomen om het te grijpen, dan gleed het zo tussen je vingers door.

Ze liet zich met een zucht in het gras vallen. Het was toch altijd zo verdomd lastig.

Op het moment dat ze de moed wilde opgeven, voelde ze een arm om haar schouders geslagen worden. Ze keek op en daarbij recht in de ogen van Lilian. “Het komt wel weer goed. Ooit kom t het allemaal wel weer goed. Je staat er niet alleen voor, want wij staan allemaal achter je. Wat je ook mag doen”. Ze keek de anderen aan. Iedereen knikte hevig. Nooit zouden zij elkaar in de steek laten, daarvoor was de band met het verleden te diep.

Plotseling klonk er een ijselijke kreet van binnen. Een schreeuw door merg en been. Vol met wanhoop, angst en pure afkeer.

De meisjes renden naar binnen, bang voor wat ze zouden aantreffen.

In de keuken hielden ze plotseling halt. Daar op de mat, bij de deur zat een jongen. Donkerbruin, bijna zwart haar en weitopengesperde bruine ogen. In zijn ogen was de angst te lezen. Alsof hij de dood in eigen persoon had ontmoet. Tranen biggelden langs zijn wangen.

Maar wat nog het meeste afschrok was het feit dat hij overdekt was met een donkerrode vloeistof. Een sterke wasem van ijzer doordrenkte de lucht in de keuken. De rode vloeistof was bloed.

In zijn handen hielt de jongen een bundeltje doeken vast. Deze was al even rood als de rest. De jongen schokte met zijn hele lichaam. En ongecontroleerde stoten met lucht kwamen uit zijn mond. Hij was compleet over zijn toeren.

Met snelle, doch behoedzame passen liep Lilian naar de jongen toe. Ze knielde voor hem neer en droogde met een stukje keukenrol de tranen van zijn gezicht. Ondertussen was Roza ook neergestreken en zij pakte het buideltje op en legde het op tafel. Toen ze terugkwam nam ze hem in zijn armen en wiegde hem net zolang tot het schokken minder werd en het huilen gestopt was. Ze bleef hem sussende woorden toevertrouwen en hem vertellen dat alles oké was.

Langzaam werd zijn ademhaling rustiger en ontspande hij wat meer. Hij was niet langer in doodsangst en even later kregen ze hem overeind en hezen hem op een stoel.

“Milan, wat is er gebeurd?”, Lilian keek hem vragend aan. Ze had haar broertje nog nooit zo bang gezien. “Wat heeft al dit bloed te betekenen?”.

Met een trillende vinger wees ze naar het bundeltje dat nog steeds op het aanrecht lag. “Kijk in het buideltje”. Bracht hij met bevende stem uit. Zo te horen was hij nog steeds als de dood om het uit te spreken.

Lilian liep naar de tafel toe, waar het bundeltje lappen nog steeds onaangeroerd rood lag te zijn. Het was zo groot als een flinke kei. Maar het voelde soepeler, makkelijker indeukbaar. Alsof het gemaakt was van een bepaald soort gelei.

De anderen kwamen er om heen staan. Enigszins wantrouwig, maar toch ook nieuwsgierig pakte Lilian het bundeltje beet en begon de stroken katoen er één voor één vanaf te halen. Dit was niet gemakkelijk, want het bloed begon al op te drogen en de lappen plakten zo heel erg aan elkaar. Al gauw waren haar hele handen onder het spul.

Op een gegeven moment waren er nog maar een paar stukken over. Ze hield even halt. Zich mentaal voorbereidend op wat ze eventueel zou gaan zien. Ze maakte nog even oogcontact met Milan, maar die verborg zijn hoofd enkel nog verder in Roza’s trui. Tranen van angst en schrik stroomden nog steeds over zijn wangen. Roza aaiden hem over zijn hoofd.

Met een laatste ademteug trok ze ook de laatste doeken weg.

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.